Highway of Death, of “Snelweg des Doods”, was een Amerikaanse slachting die op 26-27 februari 1991 plaatsvond en meer dan 10.000 mensenlevens kostte.

Na vijandschap over de economische problemen van Irak en de olie-industrie was Koeweit eerder door Irak binnengevallen en geannexeerd. De Verenigde Staten reageerden met de vorming van een VN-coalitie om de Iraakse strijdkrachten uit Koeweit te verdrijven. De militaire operatie werd Operatie Desert Storm genoemd en begon op 17 januari met een 40-dagen lange luchtaanval om de Iraakse luchtmacht uit te schakelen en vervolgens Irak strategisch te bombarderen.

Na het luchtmachtoffensief werd op 24 februari een grondoffensief gelanceerd om Irak uiteindelijk uit Koeweit te verdrijven. De coalitietroepen invadeerden Irak en Koeweit op verschillende fronten vanaf de Saoedische grens. De belangrijkste aanval op de westelijke flank was gericht op het vernietigen van de Iraakse Republikeinse garde en het afsnijden van de verbinding van de Iraakse strijdkrachten met hun vaderland.

Na een voorstel van de Sovjet-Unie accepteerde op 26 februari Irak de eis van de VN om zich terug te trekken uit Koeweit. Irak begon zijn troepen te mobiliseren om Koeweit te verlaten en terug te keren naar Irak op de enige twee snelwegen tussen Noord-Koeweit en Zuid-Irak.

De Amerikaanse president George H.W. Bush ontkende dat het een terugtrekking zou zijn en beweerde dat het een tactische terugtocht was en een poging om de coalitie aan te vallen. De tactiek van de Amerikanen was om de eerste en laatste voertuigen in het konvooi te bombarderen om ze in te sluiten en het onmogelijk te maken voor een vlucht, dan zou de luchtmacht alle andere voertuigen vernietigen en zoveel mogelijk Irakezen doden.

Na de oorlog werd de Highway of Death vanwege zijn wreedheid een massacre genoemd. Velen binnen het konvooi waren ongewapende en eenvoudige doelen voor de gevechtsvliegtuigen die gedurende tien uur de Irakezen constant bombardeerde met clusterbommen en napalm.

Slechts een gering aantal in het konvooi waren soldaten, de rest waren logistieke werkers, brandweerlieden en gezondheidswerkers. In totaal zijn ongeveer 1 800-2 700 voertuigen, voornamelijk bussen en personenauto’s met Iraakse en buitenlandse burgers, vernietigd. Tot 10.000 mensen zijn omgekomen bij het bloedbad.

Tijdens en na de oorlog hebben de westerse mainstream media het incident als noodzakelijk beschreven om de Iraakse defensie te verzwakken en een toekomstig offensief vanuit Irak te voorkomen. Maar het feit was dat Irak al verzwakt was door de bombardementen die sinds 17 januari plaatsvonden en dat het niet in staat was om de oorlog met de coalitie voort te zetten.

De bombardementen waren een duidelijke schending van de mensenrechten en de oorlogswetten en worden vandaag de dag gezien als een van de grootste oorlogsmisdaden van de twintigste eeuw. Desondanks, en ondanks het feit van het gebruik van illegale wapens die door het Verdrag van Genève verboden zijn, is er nog niemand veroordeeld voor dit bloedbad.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.