Deze dag 5 september, in 1813, laaiden de anti-joodse rellen in Kopenhagen ernstig op, waarbij grote menigten Denen probeerden de Joden het land uit te jagen.

De zogeheten “jødefejderne” (Joodse vetes) in Denemarken, waar veel Denen lieten blijken dat Joden niet welkom waren in het land, worden zelden genoemd in geschiedenisboeken of de mainstream media. Men hoort vooral hoe de Denen in 1943 de Joden naar Zweden hielpen. Historisch gezien heeft Denemarken ongeveer 200 jaar geleden twee “Joodse vetes” gehad, die onder de namen Literaire Joodse vete (1813) en Joodse vete (1819) bekend staan.

De Literaire Joodse vete ontstond nadat de beroemde en prominente dichter Thomas Thaarup het schrift “Mozes en Jezus” publiceerde, een vertaling van een Duitse brief uit 1803 van de historicus Friedrich Buchhols. Het schrift probeerde te bewijzen dat er een Joodse samenzwering tegen het Westen was. Thaarup voegde in het voorwoord toe dat de Joden, vanwege hun religie, zichzelf als boven de Deense wet beschouwen. Hierdoor ontstond er een “potloodoorlog” onder de Deense culturele persoonlijkheden en prominente Joden over de beschuldigingen die in het schrift naar voren werden gebracht.

Dankzij Thaarup’s vertaling ontstond er in Denemarken een debat over de Joden. De Joden werden onder andere beschuldigd van het wegstromen van kapitaal uit het land en het veroorzaken van de financiële crisis die Denemarken in 1813 failliet deed gaan. De Literaire Joodse vete zou, samen met de financiële crisis, zes jaar later aan de Joodse vete hebben bijgedragen.

De Joodse vete in 1819, die meer een volks karakter had dan literair, was meer fysiek en duurde meerdere dagen in september. Het kreeg zijn uitbarsting toen iemand op 3 september een plakkaat op de deur van de beurs in Kopenhagen had bevestigd met de oproep om de “Joden, de pest van deze maatschappij, te verdrijven”. Het pamflet riep ook op tot aanvallen op joodse winkels en woningen. Als eerste werden de broers Rafaël aangevallen, wiens kledingwinkel door een grotere menigte werd verwoest. Hoewel de politie in Kopenhagen enkele dagen van tevoren wist dat er iets zou gebeuren, werd zij volledig verrast en gedwongen hulp te zoeken bij het leger. ’s Avonds om 23:00 uur heerste er eindelijk orde in Kopenhagen.

Op 5 september begon het allemaal weer opnieuw. Deze keer werden hypothecaire kredietverstrekkers en wisselkantoren aangevallen. Een van de leiders van deze aanval, slager Johan Conrad Schiller, kreeg 2 jaar gevangenisstraf voor zijn rol bij die aanval. Ongeveer 35 mensen kregen van 10 dagen gevangenisstraf tot 4 jaar dwangarbeid in de juridische procedures die volgden.

Op 6 september werd een aantal wetten uitgevaardigd tegen volksverzamelingen en dreiging van doodstraf voor degenen die deel zouden nemen aan de rellen. Er werd ook een beloning uitgeloofd voor degene die de schuldige achter de rellen kon aangeven. Desondanks bleven de rellen tot in de namiddag voortduren en alleen de militaire cavalerie kon de woedende bevolking uiteen drijven.

7 september gaat de geschiedenis in als de dag dat de effectenmakelaar Erfeldt een pistool moest trekken om een opgewonden menigte op afstand te houden. De rest van de vete moest hij onder militaire bescherming in een vesting verblijven.

Op 8 september werd een algemeen uitgaansverbod uitgevaardigd, maar de onrust zou tot 12 september voortduren. De oproer had zich ondertussen verspreid naar andere delen van Denemarken, zoals Odense, Hilleröd, Vordingborg, Slagelse en Helsingör.

Recente gegevens hebben aangetoond dat de de politiedirecteur in Kopenhagen op 1 januari 1820 werd ontslagen, omdat de politie de rellen niet aan kon. Er was tot september 1820 geweld tegen Joden en degenen die werden beschouwd met hen samen te werken, maar in meer verspreide acties.

Op 28 januari 1820, de verjaardag van de koning, werden verschillende incidenten geregistreerd. Koning Fredrik VI, in de volksmond bekend als de “Joden Koning”, was in Denemarken het doelwit van de beroemde Dr. Jacob Jacobsen Dampe’s (1790-1867) persoonlijke revolutie tegen de despotische wereld. Er was een verband tussen de mensen die de konings- en jodenvijandige schriften schreven en drukten. De boodschap was dat de rellen in 1813 de schuld waren van de joden en de koning.

De economische crisis en de ontevredenheid over de regering maakten de Joden tot “zondebokken”. Vervolgens voerde de koning een speciale wet in om de Joden te beschermen, wat alleen maar resulteerde in nog meer woede onder de bevolking. Het gevolg van de eerste Joodse vete in 1813 was dat de koning op 29 maart 1814 de Joden meer burgerrechten gaf, en de Joden praktisch gelijk werden gesteld aan de Denen. Kopenhagen had toen ongeveer 126.000 inwoners en de Joodse gemeente bestond uit ongeveer 2.500 mensen. Deze kleine groep had echter grote invloed op bepaalde gebieden van Kopenhagen.

In de geschiedenisboeken wordt ook vermeld dat de Joodse vete “Duits geïnspireerd” was, omdat de maanden daarvoor gelijkende onrusten hadden plaatsgevonden in Duitse steden als Würzburg, Frankfurt, Darmstadt, Hamburg, Heidelberg en Karlsruhe. De formulering is dat antisemitisme een Duitse uitvinding is, maar de waarheid is dat het zich in veel landen gedurende verschillende perioden heeft voorgedaan. Ook in Denemarken.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.