De Anglo-Boeren Oorlog (1899-1902) was een oorlog van het Britse Rijk tegen een kleine boerenbevolking om hen van hun land te beroven, zodat buitenlandse belangen, die de exploitatie van nieuw ontdekte mijnbouwrijkdommen begeerden, de overhand konden krijgen – op welke manier dan ook het noodzakelijk werd geacht. De Boers (Afrikaners) zijn etnisch-Europeanen, oorspronkelijk van Nederlandse, Franse en Duitse afkomst.

De Boerenoorlog was volgens schrijver Stephen Mitford Goodson uniek in de moderne geschiedenis, in zijn artikel getiteld ‘Holocausting the Boers’ (The Barnes Review Journal maart/april 2017), wordt deze oorlog nauwkeuriger gekarakteriseerd als het Rothschild-Anglo Empire vs Farmer-Boer War – een oorlog die vooral tegen vrouwen en kinderen werd gevoerd.

Ondanks het feit dat de Britten op 29 juli 1899 het Verdrag van Den Haag hadden ondertekend, hebben ze elk artikel van dat verdrag overtreden. Het plan van de Rothschild’s en de Britse imperialisten om volledige controle over de nieuw ontdekte goudmijnen van Transvaal Republic te krijgen, was de enige ware drijfveer om de onafhankelijke Nederlandse kolonisten aan te vallen.

J A Hobson’s ‘The War in South Africa’, 1900, onthulde de neppropaganda van gruweldaden en desinformatie tegen de Boeren om ze in de ogen van het Britse publiek te demoniseren. Hij onthulde de ware bron van deze aansporing tot oorlog – de machtige zionistische lobby in Zuid-Afrika die hij ‘de Jood-Imperialisten’ noemde.

De Britse regering verwachtte binnen een paar maanden een snelle nederlaag van de kleine Boerbevolking. Echter, zoals Goodson stelt:

“Een piepkleine kracht van nooit meer dan 6.000 actieve Boers was in staat om 448.725 manschappen van ’s werelds grootste rijk te frustreren en vast te binden.”

Michael Davitt, voormalig lid van het Lagerhuis, die ontslag nam uit protest tegen het Britse offensief dat hij ‘de grootste schande van de negentiende eeuw’ noemde, schreef in ‘The Boer Fight for Freedom’, 1902, ten tijde dat Lord Roberts na twee maanden een graafschap kreeg omdat hij de oorlog ‘beëindigd’ had (door eenvoudigweg een ‘proclamatie’ in die zin uit te vaardigen, terwijl de Britten slechts een tiende van de Transvaal in handen hadden):

“Gezien de recente Boer activiteiten op verschillende gebieden, heeft de regering van zijn Majesteit besloten om, naast de grote troepenmachten die onlangs ter plaatse in Zuid-Afrika zijn gestationeerd, Lord Kitchener te versterken met 30.000 manschappen op de troepen die al in Kaapkolonie zijn geland.”

Deze Boermannen waren zo briljant in hun discipline, strategie en tactiek, dat een Holocaust op hun families noodzakelijk was om zelfs de kansen van ongeveer 1 Boerstrijder op 74 Rothschildsoldaten te vereffenen.

De geschroeide aarde en concentratiekamp holocaust politiek tegen de Boervrouwen en -kinderen:

Het falen van de Britten om de deeltijds commando’s van de Boers in het veld te verslaan, resulteerde in de laffe beslissing om een holocaustbeleid van ‘verschroeide aarde’ te voeren, dat enorme verwoestingen over hun grondgebied omvatte, samen met de gedwongen deportatie in ongeveer 50 concentratiekampen van voornamelijk Boervrouwen en kinderen.

Als gecultiveerd volk bezaten de Boers fijn bewerkte meubels, bibliotheken en piano’s, aldus Goodson. Troepen kwamen de gezinswoningen binnen en gaven de vrouwen en kinderen 10 minuten om te evacueren, waarna alle inhoud van de boerderijen werd vernietigd, inclusief kinderspeelgoed en bijbels. De Britse, Australische en andere koloniale troepen zouden alles verbrijzelen wat vervolgens werd opgestapeld en in brand werd gestoken. Huizen en bijgebouwen werden in brand gestoken en opgeblazen.

Alle landbouwwerktuigen, transportwagens, gewassen, boomgaarden, landbouwhuisdieren en groentebedden werden volledig vernietigd. Dit zorgde ervoor dat deze Boerfamilies ook na de oorlog niet meer in hun eigen onderhoud konden voorzien. Bovendien werd het holocaustbeleid ontworpen om extreme emotionele en psychologische stress te creëren voor de mannen die in het veld in oorlog waren, evenals voor hun vrouwen en kinderen.

De troepen van de Rothschild’s toonden een ongelooflijke wreedheid tegen landbouwhuisdieren. Runderen en schapen werden ofwel aan bajonet geregen, doodgeschoten of levend verbrand. Van deze afschuwelijke gebeurtenissen moesten de ontredderde vrouwen en kinderen getuige van zijn. Naast boerderijen werden 25 steden en 20 dorpen, waaronder alle kerken, verwoest. Het bouwland werd een woestijn.

Zonen vanaf 8 jaar werden beschouwd als een ‘bedreiging’ voor de Britten, die ze met geweld van hun moeders afscheidden en met de volwassen krijgsgevangenen op schepen overzee vervoerden.

De vrouwen en hun kleintjes werden afgevoerd op een reis die in sommige gevallen 16 dagen duurde. Terwijl de troepen aten, werd er meestal geen voedsel of zorg verstrekt. De vrouwen werden zelfs gebruikt als menselijk schild, zoals gedocumenteerd door Davitt (p516):

“Op 6 juni, in de buurt van Graspan,.. vielen de Boers aan… toen er Engelsen gewond raakten en de Boers dichterbij kwamen, werden de vrouwen en kinderen bevolen om van hun wagon af te komen en zichzelf voor de soldaten te plaatsen, die dan van onder hun arm op de naderende Boers zouden schieten… De kogels van de Boers doodden acht vrouwen en twee kinderen.

Toen de Boers dit waarnamen, hielden ze op met schieten, brulden als woeste dieren, renden met hun geweren naar de kring der Engelsen en sloegen de Tommies neer alsof het dolle honden waren. Maar voordat dit gebeurde, werden zo’n twintig Boers gedood door de Engelse soldaten”.

Op de reizen naar de vernietigingskampen vielen veel doden, waarbij dode kinderen vaak in sloten werden gegooid. Erger nog, vrouwen die moesten bevallen, werden op het veld gedumpt. Goodson schrijft:

“Boerstrijders vonden vaak vrouwen en hun baby’s dood liggend, en in de winter volledig bevroren.

De volgende etappe van de reis was het vervoer van de vrouwen en kinderen in overbevolkte, smerige met kolenstof of met mest bedekte treinstellen, die meestal open stonden voor de externe elementen. Als gevolg daarvan kwamen veel vrouwen, kinderen en bejaarden uitgemergeld de kampen binnen.

Leven in de dodenkampen voor vrouwen en kinderen

De vernietigingskampen werden eufemistisch concentratiekampen genoemd. Sommige historici beweren ten onrechte dat dit de eerste concentratiekampen waren; in feite werd deze stijl van kampen, met inbegrip van ‘verschroeide aarde’ en ‘blokhuis’ systemen, geïnitieerd door de Spanjaarden op Cuba slechts 3 jaar voor de Boerenoorlog – allemaal herhaald door de Britten tegen de Boerens. Byron Farwell in ‘de Grote Engels-Boeroorlog’ 1990 blz. 393:

“Het idee om de inwoners van hele wijken op te vegen en naar bewaakte kampen te drijven, was niet nieuw…. In 1896 had Don Valeriana Weyler y Nicolau, kapitein generaal van Cuba, de inwoners van de vier meest westelijke provincies van het eiland in versterkte gebieden gedwongen waar ze in grote aantallen [20.000] stierven aan verwaarlozing, honger en ziekte…”.

De Imperialistische propagandist Conan Doyle was zich bewust van de verschrikkelijke gevolgen van het Spaanse concentratie-systeem en het is dan ook onrealistisch om te geloven dat Kitchener zich daarvan niet bewust was.

Conan Doyle vermeldde dat er een essentieel verschil was – in die zin dat “de gasten van de Britse regering tijdens hun detentie allemaal goed gevoed en goed behandeld werden”, een schandalige valse verklaring.

William Thomas Stead, een Londense journalist en redacteur van Review of Reviews, hielp bij de lancering van de ‘Stop de Oorlogscampagne’ om een einde te maken aan de Boeroorlog. In januari 1900 schreef hij:

“Toen de hulpeloze vrouwen en kinderen in deze gevangenkampen werden opgesloten, werd een zorgvuldig onderscheid gemaakt tussen degenen met echtgenoten, broers en vaders die nog steeds vochten en degenen van wie de mannelijke familieleden al waren gedood, gevangen genomen of zich hadden overgegeven [hands-uppers]. Diegenen die tot deze laatste categorie behoorden, kregen de zogenaamde ‘volledige rantsoenen’… Toen werd besloten om de vrouwen en kinderen van die mannen en vaders die nog steeds gehoorzaam waren aan de bevelen van hun regering aan systematische hongersdood te onderwerpen.

We konden de burgers die nog op het veld waren niet doden of vangen, maar we konden hun vrouwen en hulpeloze kleine kinderen wel vangen. En toen we ze hadden opgepakt, konden we ze in plaats van de Spaanse inquisitie, de gevangenkampen inpersen waar we hetzelfde doel bereikten door de verfijnde en verschrikkelijke marteling van honger. Onder die behandeling werden de kinderen ziek en gereduceerd tot levende skeletten.

Elk van deze kinderen die zo stierven, als gevolg van een halvering van de rantsoenen om druk uit te oefenen op hun verwanten in het veld, werd opzettelijk vermoord.”

De omstandigheden in de Britse concentratiekampen waren verschrikkelijk, zelfs voor gevangenen die zogenaamde ‘adequate’ rantsoenen kregen. De Boers mochten geen eigen dikkere tenten meenemen, maar werden in plaats daarvan ondergebracht in dunnere éénlagige kloktenten die niet voldeden aan de weersomstandigheden en voortdurend moesten worden gestopt. Aan de basis van de sterk overbevolkte tenten stroomde stormwater binnen. Velen hadden geen matrassen, maar slechts een deken om op de kale grond te liggen.

“De hitte was in de zomer ondraaglijk, terwijl in de winter de temperaturen vaak onder het vriespunt vielen. De toiletvoorzieningen in de kampen waren schromelijk ontoereikend. Het mannentoilet was een lange sloot bedekt met canvas of rollende boomstammen waar kinderen vaak doorheen vielen. Kaarsen waren schaars en zeep was vrijwel niet te krijgen. Elke gevangene die klaagde over de omstandigheden werd beschouwd als een oproerkraaier en zijn of haar rantsoenen gehalveerd.”

Linksboven: Ernstig overbevolkt zonder basisgezondheidszorg verspreidde ziekten zich snel. Middenboven: Drie kinderen uit deze tent waren al dood, kort na de foto overleed een vierde. Rechtsboven: Kleine “Lizzie van Zyl, overleden in concentratiekamp Bloemfontein: Zij was een zwak, klein kind in wanhopige behoefte aan goede zorg. Maar omdat haar moeder een van de “ongewensten” was omdat haar vader zich niet had overgegeven en zijn volk niet had verraden, werd Lizzie op de laagste rantsoenen geplaatst en zo door honger geteisterd dat ze na een maand in het kamp naar het nieuwe kleine ziekenhuis werd overgebracht. Hier werd ze hard behandeld. De Engelse arts en zijn verpleegkundigen begrepen haar taal niet en, omdat ze geen Engels kon spreken, bestempelde ze haar als een idioot, hoewel ze mentaal fit en normaal was. Op een dag begon ze moedeloos naar haar moeder te roepen, toen mevrouw Botha naar haar toeliep om haar te troosten. Vertelde ze het kind alleen dat ze haar moeder snel weer zou zien, toen ze bruusk werd onderbroken door een van de verpleegsters die haar vertelde dat ze zich niet moest bemoeien met het kind, omdat ze een overlast was. Hieronder: Een andere moeder met een van haar stervende jonge kinderen.

Persoonlijke verslagen van vrouwen in de doodkampen

De volgende citaten komen uit de persoonlijke dagboeken en privébrieven van geïnterneerde vrouwen, later verzameld door de Britse humanitste Emily Hobhouse in haar boek “The Brunt of the War and where It Fell” 1902. De vrouwen schrijven met waardigheid en terughoudendheid. Deze paar voorbeelden zijn typerend.

Mevrouw Meyer aan haar zuster Mevrouw Louis Botha (echtgenote van generaal Botha) Augustus 1901:

“Ik zal nooit kunnen beschrijven wat we in het kamp hebben meegemaakt. Schrijnend is niet de naam voor het. Het meest essentiële was ons eten, dat zo weinig was, dat we vaak met een lege maag naar bed gingen. Zal ik ooit de sterfscènes vergeten… nooit in mijn hele leven heb ik zulke ontberingen gezien, zo veel gehuil gehoord… dagelijks stierven er 10, 12, 14, 16 en zelfs 20 kinderen en mensen, dagelijks evenveel doodskisten weggedragen…

Het eten dat we kregen was slecht; meel, koffie en suiker voor een week dat slechts voor twee dagen genoeg was, en het vlees was zo verschrikkelijk omdat ze zieke schapen voor ons doodden. Zoveel van onze mensen zijn in het kamp gestorven; tijdens de vier maanden dat ik in Volksrustkamp was, stierven 587 mensen. Is dat niet een verschrikkelijk aantal in vier maanden? Dit is mij verteld door onze hoofdinspecteur, de heer Carter.

…We kwamen om 2 uur aan. De kinderen huilden van ellende… mijn moederhart bloedt om aan een dergelijke behandeling te denken… we werden neergezet… zonder een dak boven ons hoofd… sommigen hebben daar 2 hele dagen in de zon en regen gelegen.

Wat het kampleven betreft, dit is in één woord “langzame hongerdood en vervuiling”. 1 arts, dr. Limpert, en 2 verpleegkundigen woonden in het kamp, veel te weinig voor een bevolking van 6.000 mensen, en ziekte in elke tent.

Het sterftecijfer was erg hoog…moeders met kleine kinderen hebben 3 dagen moeten wachten voor ze met de dokter konden praten; en toen ze eindelijk aan de beurt waren, kregen ze gewoon te horen dat ze moesten vertrekken, want

Wisten ze niet dat alle kinderen jonger dan 5 jaar moeten sterven?

De rantsoenen zijn zeer klein. In zes weken tijd kreeg ik drie keer een half pond van het bijna oneetbare vlees.”

Een vrouw die vluchtte uit het Maffeking Kamp onder ede voor generaal Celliers:

“Ik ben de vrouw van Adriaan Van Staden… Kinderen jonger dan 12 jaar kregen halve rantsoenen. De artsen behandelden ons zeer ruw. Soms vielen ze ons aan als we om medicijnen vroegen. Vele malen werd ons verteld dat:

Dat het er niet toe doet als alle kampbewoners zouden omkomen.

De sterfgevallen in het kamp waren zeer talrijk. Vorige maand vielen er 580 doden, voornamelijk onder kinderen. Ik beschik over deze statistieken van mijn broer, Johannes Smit, die meegewerkt heeft aan de doodskisten… De sterftegevallen varieerden van 20 tot 30 per dag… We kregen alleen vleesconserven… op een keer werd ons gewaarschuwd om het vlees niet te eten, omdat de dieren aan longziekten gestorven waren. Het vlees in blik is zeer ongezond en veroorzaakt diarree…

Voordat ik ontsnapte, liepen twee vrouwen uit Lichtenburg weg, die echter werden gearresteerd en teruggebracht. Vervolgens werden ze gestraft met 8 dagen rijstwater.” [Schokkend genoeg, de Britten bewapende en betaalde inboorlingen om op de Boervrouwen te jagen.

Lid van het Comité van Kaapstad (1902):

“Howick heeft nu een hoog sterftecijfer…… enkele honderden beklagenswaardige mensen uit Klerksdorp… reisden al vele dagen, maar hadden totaal geen eten. Ze kwamen in het kamp aan als wilde dieren die stierven van de honger – een vreselijk gezicht – de kinderen en vrouwen waren letterlijk tot het huid en bot vermagerd… Een baby was onderweg van de honger gestorven… ’s Avonds werden ze bewaakt door soldaten met bajonetten en konden zich niet bewegen. Hun kwellingen waren onuitsprekelijk.”

Vrouw van de geestelijke, mevrouw Z:

“Een arme vrouw was erg kwetsbaar en de dokter zei dat ze de reis niet aan kon… ze stierf bij aankomst in het kamp. Ze reisden 4 dagen en het regende de hele tijd.

Bij aankomst vonden ze een paar kleine kloktenten, maar niet half genoeg om de mensen onder te brengen… de helft van de mensen werd twee weken op het kale veld gegooid, om zich zo goed mogelijk te redden. Een dame, neef van de eerwaarde heer Steytler van Kaapstad, moest haar best doen met twee kleine baby’s op de vochtige grond. Deze arme mensen moesten schuilplaatsen van stokken en bladeren maken, waar ze ’s nachts onder kropen. Het was nat boven hen, nat onder hen…

Er waren geen bedden of matrassen aanwezig. In sommige gevallen lagen vrouwen die moesten bevallen op de kale grond, met slechts één deken eronder. De temperatuursverandering was voelbaar in deze kleine tenten. In de zomer moest je uren zitten met natte doeken op je hoofd, terwijl de baby’s naar adem snakten. In de winter was het doordringend koud.”

Boer Generaal De la Rey in zijn officieel verslag aan [voormalig-President] Kruger december 1901:

“De behandeling van vrouwen en kinderen, weerloze wezens, is werkelijk de donkerste bladzijde… van deze trieste oorlog… Onze vrouwen die na het verbranden van de hoeves gevangen werden genomen, werden soms wekenlang met hun kinderen op wagens meegenomen. ’s Nachts werden de vrouwen om hun kampen geplaatst als bescherming tegen een nachtaanval van onze kant. Toen de vrouwen zich realiseerden wat het doel van de vijand was, probeerden ze te ontsnappen, maar werden achtervolgd… beschoten…

Veel vrouwen zijn al om het leven gekomen door wonden of door de ellende die ze hebben geleden. Mijn eigen vrouw kreeg het bevel van Lord Methuen om haar huis en alles wat ze bezat te verlaten. Ze zwerft al meer dan een jaar door het land met zes kleine kinderen. Mijn moeder, een oude vrouw van drieëntachtig jaar…, is als gevangene naar Klerksdorp [kamp] overgebracht.”

Emily Hobhouse 1902, schreef over haar tevergeefse verzoek bij de Britse autoriteiten om humanitaire hulp aan de vernietigingskampen te verlenen:

“Een prominente geestelijke dacht dat het in leven houden van Boerenvrouwen en -kinderen de oorlog zou kunnen ‘verlengen’.”

Hieronder volgen uittreksels uit Byron Farwell’s ‘The Great Anglo-Boer War’ 1976:

Generaal De Wet: “Dat zo’n directe en indirecte moord gepleegd had moeten worden tegen weerloze vrouwen en kinderen is in mijn hoofd blijven steken als iets wat ik nooit had verwacht van de beschaafde Engelse natie. En toch gebeurde het.

“Kitchener had gesuggereerd dat alle gevangenen naar een plaats buiten Zuid-Afrika moesten worden vervoerd en daar zouden worden gevestigd – dan zou er plaats zijn voor de Britten om te koloniseren.”

“Kitchener, die de ‘achtertuin’-Boers beschouwde als ‘onbeschaafde wilde negers met een dun laagje witte fineer’ … bezocht nooit één concentratiekamp.”

“Uiteindelijk werd Kitchener, [die net als Rothschild-agent Cecil Rhodes een minachting had voor getrouwde mannen,] gedwongen de Boerenholocaust te erkennen vanwege de niet aflatende inspanningen van een eenzame dame, de Britse humanitste Emily Hobhouse, die door Kitchener simpelweg ‘dat rot wijf’ werd genoemd.

“Miss Hobhouse schreef aan het Distress Committee… nadat ze het kamp in Bloemfontein had bezocht: ‘Ik noem dit kampsysteem een groteske mishandeling… Om deze kampen in draaiende te houden is moord op kinderen.”

Links: Lord Roberts Rechts: Lord Kitchener die “… kan worden beschouwd als de meest actieve om onze [vrijmetselarij] samenleving te ‘plezieren’… Op 16 december 1899 wees het Britse kabinet veldmaarschalk Lord Roberts aan als opperbevelhebber van de Britse strijdkrachten in Zuid-Afrika en generaal-majoor Lord Kitchener als stafchef. Roberts was ‘toevallig’ een actieve vrijmetselaar… Het zal geen verrassing zijn om te horen dat Kitchener tijd had gevonden om tijdens de Boerenoorlog een Masonic Lodge te bezoeken.

Door de onmenselijkheid van het beleid van haar regering publiekelijk aan de kaak te stellen, werd Hobhouse in de media en onder de bevolking verguisd. Op verdienstelijke wijze weigerde ze geïntimideerd te worden omdat ze te laat was met levensreddende verbeteringen. Zonder haar onophoudelijke inspanningen had het aantal doden alleen maar kunnen escaleren naarmate de kampen steeds drukker werden. Ze werd geëerd en geliefd door de Boers, die een donatie verzamelden en haar een huis in Europa kochten om de rest van haar leven in te leven.

“Meer Boerjongens en -meisjes jonger dan zestien jaar stierven in Britse concentratiekampen dan alle strijders die tijdens de hele oorlog door kogels en granaten aan BOTH-zijde werden gedood.”

Goodson verstrekt herziene en bijgewerkte cijfers:

  • 155.000 vrouwen en kinderen – bijna tweederde van de totale Boerenpopulatie – werden in deze vernietigingskampen opgesloten.
  • Ongeveer 34.000 (22%) van de gevangenen van de concentratiekampen stierven, van wie 27.540 (81%) jonger waren dan 16 jaar.
  • De totale verliezen van de Boers bedroegen 17,6% van hun geschatte vooroorlogse bevolking van 250.000″. Als er ooit een zogenaamde Endlösung was, dan was dit het wel.

“Waarbij 9.908 Boersoldaten zijn omgekomen, meer dan 34.000 gevangenen van burgerconcentratiekampen, voornamelijk vrouwen en kinderen, zijn omgekomen.”

In schril contrast getuigt Davitt van de humane behandeling van hun tegenstanders door de Boers. De strijders van de Boers, die niet in staat waren om de krijgsgevangenen van het Britse Rijk in gevangenschap te houden en te voorzien, zouden hen ontwapenen en vrijlaten ondanks het besef dat ze zich altijd weer bij de oorlog tegen hen zouden aansluiten. Privécorrespondentie van een particulier in het Derbyshire Regiment aan zijn vader Patrick McCue of Sunderland, gepubliceerd in het genoemde “Dagblad”:

“De Boeren gedroegen zich als mannen, schoten nooit wanneer ze gevangenen konden nemen en verontschuldigden zich zelfs omdat ze onze geweren en munitie moesten meenemen.”

Na een overwinning van Boer generaal De la Rey, die 555 mannen van Northumberland Fusiliers en van Imperial Yeomen gevangen nam, legt Davitt hun lot vast “…de 555 mannen… hadden zich overgegeven en werden vervolgens vrijgelaten..”. Deze “Northumberlands” waren al eens eerder in Stormberg gevangen genomen. Na een overwinning bij Helvetia nam generaal Louis Botha 200 gevangenen van het Liverpoolregiment. “De Liverpools werden ontwapend en na enkele dagen weer vrijgelaten. Ze waren al eens eerder gevangengenomen en vrijgelaten. Een andere gelegenheid:r

“Ben Viljoen leidde de aanval en versloeg de koninklijke Ieren die de stad garnizoeneerden. Zijn zoon is bij de ontmoeting om het leven gekomen. Viljoen hield de stad twee uur vast en ging vervolgens met pensioen om zijn gevangenen vrij te laten.”

Links: een Rothschild-Anglo Empire overwinningsposter. Rechts: Moedige Emily Hobhouse.

Dat er in deze ‘oorlog’ zo veel Boervrouwen en -kinderen op wrede wijze om het leven zijn gekomen, getuigt van de hypocrisie van de zelfingenomen verontwaardiging van de minachting van Groot-Brittannië voor Hitler en Duitsland slechts 40 jaar later.

Goodson zegt:

“Bijna tweederde van de totale Boerenpopulatie – zat gevangen in deze vernietigingskampen…… Tegen het einde van de oorlog was 72% van de Boerenpopulatie ofwel dood, ofwel opgesloten in een krijgsgevangenenkamp of in een concentratiekamp.”

“De Anglo-Boer oorlog was een grote overwinning voor de Rothschilds in die zin dat ze hun primaire doel bereikt hadden, het verkrijgen van volledige controle over de goud en andere minerale hulpbronnen van Zuid-Afrika. Het feit dat grote aantallen vrouwen en kinderen moesten sterven in onmenselijke concentratiekampen was voor hen onbeduidend”.

In haar pogingen om de Duitse natie voor, tijdens en sinds de Tweede Wereldoorlog te belasteren, kozen Groot-Brittannië en haar andere Anglo Empire-vazalen er simpelweg voor om de Holocaust te ‘vergeten’ die ze zelf hadden opgelegd aan Boervrouwen en -kinderen.

Bron:

https://wearswar.wordpress.com/2017/11/24/the-british-empires-holocaust-hypocrisy-the-shocking-reality-of-the-second-anglo-boer-war/

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.